LEIFlijn

Bel de LEIFlijn: 078 15 11 55

Voor hulp of inlichtingen over het levenseinde

Euthanasie bij minderjarigen

De uitbreiding van de euthanasiewet naar minderjarigen is sinds februari 2014 een feit. Er zijn echter heel wat verschillen tussen de wet van 2002 (meerderjarigen en ontvoogde minderjarigen) en de tekst die de plenaire vergadering van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers goedkeurde.

De wet gaat ook hier uit van een wilsbekwame verzoeker. Er is weliswaar geen minimumleeftijd voorzien, maar er wordt gesteld dat het om die groep minderjarigen gaat die als oordeelkundig kunnen beschouwd worden.

De verschillen op een rij:

  • de minderjarige dient “bewust” te zijn, er kan dus niet om  euthanasie gevraagd worden door middel van een wilsverlaring inzake euthanasie. Deze laatste geldt namelijk als wettelijk verzoek in geval van onomkeerbaar coma;
  • het verzoek kan uitsluitend ingewilligd worden wanneer er sprake is van ondraaglijk fysiek lijden. Dit houdt niet alleen in dat uitsluitend aandoeningen van fysieke aard in aanmerking kunnen komen (onbehandelbare psychiatrische problematiek is uitgesloten), maar alleen deze fysieke aandoeningen die fysiek lijden tot gevolg hebben. 

    Dit lijkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet: uit het meest recente rapport van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie blijkt dat er bij 80% van de terminale kankerpatiënten (die op hun beurt 80% uitmaken van alle euthanasieën die in België doorgaan) sprake is van psychisch lijden. Het is een prachtige prestatie van zorginstellingen en -verleners dat er zoveel fysiek leed kan behandeld worden, maar het toont wel aan dat het psychisch lijden aan het einde van een leven – zelfs met de beste palliatieve zorg – voor sommigen ondraaglijk is;

  • de wetsuitbreiding beperkt zich tot terminale situaties (“overlijden binnen afzienbare termijn”);
  • de arts dient - in tegenstelling tot de wet bij meerderjarigen waar in terminale situatie het onafhankelijk advies van één arts volstaat - ten alle tijde bijkomend een kinder- en jeugdpsychiater of een psycholoog raadplegen;
  • de procedure kan uitsluitend met goedkeuring van de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige (ouders, voogd) doorgaan;
  • het euthanasieverzoek dient door de minderjarige én door zijn wettelijke vertegenwoordigers (ouders, voogd) te worden opgemaakt;
  • Er dient aan de naasten (“betrokkenen”) de mogelijkheid tot psychologische bijstand kunnen geboden worden.

Klik hier voor de volledige wettekst