LEIFlijn

Bel de LEIFlijn: 078 15 11 55

Voor hulp of inlichtingen over het levenseinde

Terminaal of niet-terminaal ?

De Belgische wetgeving spreekt niet over terminale patiënten. De wet maakt wel een onderscheid naargelang de patiënt al dan niet ‘binnen afzienbare termijn’ zal overlijden. 

In de praktijk gebruikt men wel het begrip terminale patiënten. Meestal wordt het gebruikt samen met de termen ‘palliatief’ en ‘stervend’. Bedoeld is de periode van ernstige en progressieve ziekte waarvoor curatieve behandeling niet meer mogelijk is en waarbij het vrij zeker is dat de dood nakend is.

Zo is het duidelijk dat uitbehandelde oncologische patiënten met veralgemeende metastasen en met toenemende vermagering als ‘terminaal’ beschouwd kunnen worden. Als illustratie van een niet-terminale patiënt kan men het voorbeeld geven van een persoon die door een ongeval volledig verlamd is, zonder dat er tekens zijn van progressieve achteruitgang.

Een praktisch argument om het begrip ‘terminaal’ toch te definiëren heeft te maken met het palliatief thuiszorgforfait (dit is een vergoeding aan de patiënt voor palliatieve zorg) en de mogelijkheid tot verlof voor verzorging van een patiënt in de terminale fase. 

Voor de niet-terminale patiënt, d.w.z. indien hij vermoedelijk niet op zeer korte termijn zal overlijden, geldt een strengere procedure. Er moet dan minstens één maand verlopen tussen het schriftelijke verzoek van de patiënt en het toepassen van de euthanasie. Bovendien dient er een derde arts geraadpleegd worden. Die moet psychiater of specialist in de aandoening van de patiënt zijn, en heeft dezelfde raadplegingstaak als de tweede dokter. Hij moet nagaan of het verzoek tot euthanasie vrijwillig, overwogen en herhaald is. 

Bron: www.gezondheid.be