LEIFlijn

Bel de LEIFlijn: 078 15 11 55

Voor hulp of inlichtingen over het levenseinde

Palliatieve zorg is supportieve zorg

Afdrukken


Palliatieve zorg  betekent niet enkel terminale zorg maar is véél ruimer.

Het begrip ‘palliatie of palliatief’ komt van het Latijnse werkwoord ‘palliare’, en betekent‘ een mantel omdoen’, ‘ommantelen’, ‘omringen’ of ‘bekleden’ en daarvan afgeleid ‘bedekken’, ‘beschermen’, ‘koesteren’ of  ‘verzachten’. Palliatieve zorg probeert zo goed mogelijk de klachten en de problemen van een ongeneeslijke aandoening te neutraliseren of minstens te verminderen. In feite kan je stellen dat alle zieken die niet (langer) curatief of geneesbaar zijn, een palliatieve behandeling moeten krijgen. Het begrip palliatief is dus duidelijk veel ruimer dan terminaal. Een diabetes-patiënt is bijvoorbeeld niet geneesbaar, maar kan wel heel goed palliatief - d.m.v. insuline - behandeld worden. 

Doordat nog  te veel patiënten en hun familie, maar ook artsen en andere zorgverleners ‘palliatief’ gelijkstellen aan ‘terminaal’, worden de palliatieve teams véél te laat (of zelfs nooit) geraadpleegd of ingeschakeld.  Daarom gebruiken we graag  de term ‘supportieve zorg’ voor de palliatieve opvang van ongeneeslijke zieken en reserveren we het begrip ‘terminale zorg’ voor de laatste weken, maanden van de zieke.
Door de vergrijzing van de bevolking zullen meer en meer mensen langer leven mét een chronische, ongeneeslijke (en dus palliatieve) aandoening. Het belang van palliatieve zorg (supportieve en terminale) zal alleen maar toenemen.

Palliatieve zorg omvat dus alle zorg die men kan aanbieden wanneer er geen genezing mogelijk is.

Het “supportief” advies van een palliatief team kan perfect parallel lopen met de afbouw van zinloos geworden medische behandelingen. Het is niet ‘het een of het ander’ of elkaar opvolgend. Psychosociale opvang of pijncontrole kan ook nodig zijn tijdens een levensverlengende chemotherapie-kuur.  Bij velen leidt dit dan tot aanvaardbare supportieve of comfortzorg van het resterend leven. 

Voor anderen resulteert dit niet in een acceptabele levenskwaliteit. Zij kiezen daarom voor een zelfgekozen levenseinde of euthanasie. Ook hier gaat het in de praktijk niet over ‘of palliatieve zorg of euthanasie’. Na grondige informatie over de mogelijkheden en beperkingen van palliatieve zorg verkiezen sommigen toch rechtstreeks euthanasie, terwijl bij anderen de vraag naar levensbeëindiging soms optreedt in de loop van de palliatieve begeleiding. 
In een aantal ziekenhuizen en rust- en verzorgingstehuizen is dit nog geen gewone praktijk. Het is echter het recht van de patiënt, na goed geïnformeerd te zijn, een behandeling te aanvaarden of te weigeren. Zo ook met palliatieve zorg. Het steevast toch op alle patiënten palliatieve zorg willen toepassen zou men palliatieve hardnekkigheid kunnen noemen (dit wordt soms ook nog de ‘palliatieve filter’ genoemd). 

De meest gebruikte en recentste definitie van palliatieve zorg van de Wereldgezondheidsorganisatie te Genève luidt als volgt (2002):
Palliatieve zorg bevordert de levenskwaliteit van patiënten met een levensbedreigende ziekte en van hun familie door het vermijden en het bestrijden van lijden. Dit gebeurt door het vroegtijdig herkennen en behandelen van pijn en andere fysieke problemen, alsook van de psychosociale en spirituele noden.

Palliatieve zorg:
• bestrijdt  pijn en andere hinderlijke symptomen
• legt de nadruk op leven en beschouwt sterven als een normaal proces
• heeft niet de bedoeling de dood te bespoedigen of uit te stellen
• integreert de psychologische en spirituele aspecten van patiëntenzorg
• voorziet in ondersteuning om patiënten tot het einde toe zo actief mogelijk te laten leven
• ondersteunt de familie in het omgaan met de ziekte van de patiënt en in hun rouwverwerking
• werkt in team om aan de noden van de patiënt en zijn familie te beantwoorden; begeleidt ook bij de rouwzorg indien noodzakelijk
• streeft naar een betere levenskwaliteit en tracht het ziekteverloop gunstig te beïnvloeden
• is al vroeg in het ziekteproces van toepassing, in samenwerking met andere behandelingen die een levensverlenging nastreven,       zoals chemotherapie en radiotherapie; ze omvat ook de onderzoeken die nodig zijn om hinderlijke klinische verwikkelingen beter in   te schatten en op te vangen.